"ooit, zei ... , moet ik zo'n tafereel gebruiken als begin voor een goede ouderwetse, dikke roman. De vluchtige gedachte was getint met achteloze ironie; een ironie die overigens totaal overbodig was, want binnen in hem had iemand dit alles, namens hem, onafhankelijk van hem, in zich opgenomen, vastgelegd en weggeborgen."
uit 'De Gave' / Vladimir Nabokov
"Wij zullen een zeer slechte gids blijken te zijn, wanneer wij u, die geneigd zijt ons te volgen, niet tot de meest afwisselende natuurtooneelen en gezichtspunten kunnen leiden. Het wild dooréén groeiend woud : de stilstaande en moerassige vijver midden in't bosch, donker en zwart getint door de in de lucht rennende wolken : de strijd in het zwerk tusschen rollende luchtgevaarten die bloedstrepen vertoonen : de zandige, zonnige heidevlakte met haar onkruid van bremstruiken : de moeielijk te beklimmen steenachtige bergrug : en straks het vergezicht naar beneden op 't dal, waar met het vallen van den avond zachtroode en lichtblauwe kle